Het moest er ooit van komen. Broer en zus zijn heel verschillend, en dus goed in andere dingen.
Jasmijn kan flink(er) eten.
Jasmijn kan flink(er) wandelen.
Jasmijn is relatief gezien een stuk groter.
Er moest een dag komen dat het kleintje iets beter deed dan de grote.
Gisteren was het zover. Beren was aan het prutsen met zijn eten.
Jasmijn was al klaar. Zo klaar dat ze het niet meer kon aanzien:
ze nam Beren zijn vork, brabbelde streng 'Bejen', en bracht de vork met rijst en groentjes naar haar grote broer zijn mond.
Het werkt beter dan eender welke reprimande van papa of mama. Beren at (eindelijk) een beetje verder...