Beren zijn weekendse middagdutjes worden al maanden verstoord.
De eerste keer leek toeval. Grappig.
Beren werd wakker van het geluid van ‘La cucaracha’.
De tweede keer werd het een beetje gek.
Beren weende trouwens ook zo hartverscheurdend dat ik niet meer echt kon lachen.
De derde keer zocht ik een oplossing. Die heb ik niet gevonden.
Ik kan de ijsjeswagen toch niet vragen om een ommetoer te maken, of om een uurtje later te komen?
De vierde keer maakte ik dat ik op tijd bij hem op de kamer stond.
Toen heb ik ook de paniekreactie eindelijk begrepen: Beren vond het verschrikkelijk als de ijsjeswagen al gepasseerd was en hij niet de kans had gehad om een ijsje op te lebberen.
Intussen weet ik het wel:
Als de ijsjeswagen in het weekend de Elfnovemberlaan passeert, moet ik maken dat ik naast Beren zijn bed sta. En dan kunnen we samen wuiven. En zeggen dat we vandaag misschien geen ijsjes hoeven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten